VPTD - Deel 7
7. ONDER BURGEMEESTER HENRI BONTE (1896-1931)
Wij doken enkele namiddagen onder in het provinciaal archief in Brugge om wat wijzer te worden over onze gemeente.
In Aalbeke, dat toen een kleine tweeduizend inwoners telde, waren er amper een 50-tal cijnskiezers. In het nieuwe stelsel werden 349 mannen op de kiezerslijst ingeschreven: 212 met een enkelvoudige stem, 83 met een dubbele, 29 met een drievoudige en 25 met een viervoudige stem. De betere klasse, met 40% numeriek in de minderheid, bezat nog steeds twee derde van de zeggenschap. Op 17 november 1895 gingen de eerste gemeenteraadsverkiezingen door volgens het nieuwe systeem. Wat er in Aalbeke precies gebeurde (onregelmatigheden of vertragingen?) konden we niet achterhalen, maar feit is dat deze verkiezingen in onze gemeente drie maanden uitgesteld werden en pas op 23 februari 1896 plaats hadden.
In het dorp heerste er een manifeste politieke strijd: katholieken en liberalen stelden elk evenveel kandidaten voor als de te bezetten 9 raadszetels. Wat men toen de ‘kleine helft’ noemde (4 raadsleden) zou 4 jaar zetelen, de ‘grote helft’ (5 raadsleden) 5 jaar.
Ministeriële tussenkomst
We willen u volgende anekdote niet onthouden. Amper vier dagen voor de stembusgang schreef vrederechter Parmentier van het kanton Avelgem een (Franstalige) brief aan de provinciegouverneur. Hij had vernomen dat er op de kiezerslijst van Aalbeke (“…où je suis appelé à presider les élections…”) kiezers voorkwamen die op 17 november 1895 reeds in een andere gemeente gestemd zouden hebben. De kieswet werd hieromtrent door beide kampen verschillend geïnterpreteerd. Daar de strijd zeer hevig was en het resultaat van enkele stemmen kon afhangen (“…que quelques voix aient une influence décisive…”), vroeg hij hoe de wet verstaan moest worden. De gouverneur maakte de brief in ijltempo over aan minister van Binnenlandse Zaken Schollaert, die ogenblikkelijk een telegram terugstuurde met zijn interpretatie: kiezers die rechtmatig ingeschreven waren konden niet geweigerd worden, ook al zouden zij op een andere datum in een andere gemeente reeds gestemd hebben. De bezorgdheid van vrederechter Parmentier bleek ten onrechte. De katholieken behaalden een klinkende overwinning en alle negen zetels (het huidig stelsel van evenredige zetelverdeling bestond nog niet). Zoals in vorige aflevering reeds vermeld werd Henri Bonte, uit Rollegem ingeweken slager, als burgemeester voorgedragen en door koning Leopold II benoemd. De gemeenteraad stelde Johannes Neirynck en Triphon Barbier aan als schepenen.
Ongelijke strijd
In 1899, 1903, 1907, 1911 waren er verkiezingen waarbij afwisselend de ‘kleine helft’ en de ‘grote helft’ van de gemeenteraad te vervangen was. In veel gevallen werden de uittredende ‘raadsheren’ herkozen. Telkens moesten de opgekomen liberale kandidaten het onderspit delven. Op één uitzondering na, namelijk in 1903. Misschien was het liberale kamp de opeenvolgende nederlagen beu. Er werden dat jaar geen liberale kandidaten voorgedragen, zodat de verkiezing van 18 oktober ‘zonder strijd’ verliep. Met andere woorden, er moest niet gekozen worden. De vijf enige (katholieke) kandidaten voor de vervanging van de ‘grote helft’ van de gemeenteraad werden verkozen verklaard: slager en uittredend burgemeester Henri Bonte, de landbouwers Henri Castel, Jean-Baptiste Devoldre, Louis-Auguste Yserbyt en smid Louis Supply. Het burgemeesterschap van Henri Bonte werd herbevestigd. Devoldre werd schepen in de plaats van Johannes Neirynck. In latere jaren vinden we ook Ernest Herman, C. Van Overschelde en Henri Castel als schepenen terug. De kandidaturen voor de verkiezingen moesten in die tijd door een aantal kiesgerechtigde medeburgers voorgedragen worden (wat heden ten dage door de politieke partijen gebeurt). De groep die in 1903 de vijf katholieke kandidaten voorstelt, is merkwaardig. Naast vooral landbouwers, handelaars en vrije beroepen vinden we de pastoor, onderpastoor, koster, onderwijzer (van de neutrale gemeenteschool), gemeentesecretaris, veldwachter…Iedereen werd blijkbaar opgetrommeld om een voldoende aantal handtekeningen te verzamelen. De verkiezing van oktober 1911, waarbij in Aalbeke 686 stemmen werden uitgebracht (vergeet de meervoudige stemmen niet), en de liberale kandidaten nog maar eens door de katholieken verslagen werden, waren de laatste binnen dit kiessysteem. Nog geen drie jaar later breekt de Grote Oorlog los. Burgemeester en gemeenteraad blijven in functie.
Eén man of vrouw, één stem
In zijn troonrede van 1918 beloofde koning Albert I de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht, wat al voor de oorlog door de arbeidende klasse geëist werd onder de slogan ‘Eén man, één stem’. Het werd zelfs meer. De leeftijdsgrens werd verlaagd tot 21 jaar en ook de vrouwen kregen stemrecht en -plicht in de gemeente (voor Kamer en Senaat pas in 1948). De wetgever was gul: vrouwen konden zelfs schepen en burgemeester worden. Gehuwde vrouwen moesten hiervoor wel - o, ironie- de toestemming van hun man hebben. Het plattelandse Aalbeke was klaarblijkelijk nog lang niet rijp voor een vrouwelijke inmenging in het politieke mannenwereldje. Hoe het Aalbeke verging bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 april 1921 konden we spijtig genoeg (nog) niet achterhalen. Wel weten we dat burgemeester Bonte en eerste schepen Castel in hun functie bevestigd werden, wat er op wijst dat de katholieke strekking in de meerderheid bleef in de nieuwe gemeenteraad. Over de volgende verkiezing op 10 oktober 1926 weten we heel wat meer. Het stembureau werd voorgezeten door notaris Torreele met als secretaris Pierre-Eugène Vermeulen. Er werden 1 197 stembrieven geteld (de gemeente had toen 2 043 inwoners). Voor de negen te bezetten raadszitjes kon gekozen worden uit 25 kandidaten die onder drie lijsten opkwamen. De katholieken behaalden 5 zetels, de liberalen 4. De socialisten, opgekomen met een onvolledige lijst van 7 kandidaten, viel uit de boot. De gemeenteraad die aldus verkozen werd, bestond uit de katholieken Henri Bonte, Henri Castel, Achille Mercier, Callens, Henri Coghe en de liberalen Georges Gheysens, Fidèle Mullier, Remi (?) Vandenbroucke en M. Christiaens. En wat dacht u? Henri Bonte werd voor de vijfde keer tot burgemeester benoemd. Henri Castel bleef zijn trouwe eerste schepen. Allebei waren zij nochtans geen stemmenkanonnen (meer). Elk van de drie andere verkozenen van hun lijst deed het beter. De stemmenkampioen van deze verkiezingen was de liberaal Fidèle Mullier (allicht familie van oud-burgemeester Jean-Louis Mullier) met 140 voorkeurstemmen, op de voet gevolgd door Henri Coghe (134 voorkeurstemmen).
35 jaar burgervaderOp 31 maart 1931 was Aalbeke in rouw. Zijn burgemeester was op de gezegende leeftijd van 80 jaar overleden. Henri Bonte was maar eventjes 35 jaar lang burgervader van de gemeente geweest. Eerste schepen Henri Castel werd logischerwijs dienstdoende burgemeester tot aan de volgende verkiezingen. Hij werd geboren in Aalbeke in 1868. Samen met Henri Bonte werd hij als gemeenteraadslid verkozen in 1896. Hij was toen 28 jaar oud. Als raadslid, vanaf 1912 schepen en anderhalf jaar dienstdoende burgemeester, betekende dat een politieke carrière van bijna 37 jaar. Dat kan tellen.. Henri was gehuwd geweest met Florence Verbrugge uit Lauwe, en als weduwnaar hertrouwd met Irma Vanhoenacker, de zuster van de latere Aalbeekse burgemeester René Vanhoenacker. Hij overleed in de gemeente in januari 1946. Henri was de grootvader van Marcel Castel uit de Doomanstraat. Het werd gissen wie er het politieke roer als burgemeester en schepenen na de verkiezingen van oktober 1932 zou overnemen. Er kondigde zich een bikkelharde strijd aan.
Afbeelding links : Bidprentje van Burgemeester Bonte

