VPTD - Deel 2
VAN PR
2. WAT BETEKENT ‘AALBEKE’ ?
Wat betekent de naam Aalbeke? Een simpele vraag, waar toch wel een en ander over te vertellen valt. In de tijd dat de dialecten nog hoogtij vierden werden Aalbeke, Kachtem en Rumbeke steevast de drie Westvlaamse str…prochies genoemd. Pesten mag niet meer. Laten we ernstig blijven.
Plaatsnamen zijn meestal heel oud. De schrijfwijze veranderde in de loop der eeuwen soms ingrijpend. Mooi voorbeeld daarvan is de naam Kortrijk, die helemaal niets te maken heeft met ‘kort’ en ‘rijk’.
In de Gallo-Romeinse tijd (eerste eeuwen van onze tijdrekening) bestond de nederzetting reeds met de naam Cortoriacum, wat zoveel betekent als ‘nederzetting aan de bocht (van de Leie). ‘Corto’ in het toenmalig Gallisch betekende lus, bocht en ‘iacum’ stond voor bewoonde plaats.
Vrije spelling
Voor het een aantal eeuwen jongere Aalbeke ligt de betekenis iets meer voor de hand. Ons dorp wordt de eerste maal in geschreven bronnen teruggevonden in een middeleeuws-Latijnse tekst van 1136 als ‘Albeeca’. In latere teksten wordt het Aelbeca (1325), Aelbeke (1502) en Aelbecke (onder het Frans bewind in1796).
De naam wordt in andere teksten dan weer verknoeid tot Abieque (omstreeks 1200), Aubeke (1324), Haelbeke (1402), Aubiecque (1413), Obeke en Allebecque (1502) en Aelbecque (1557). Vergeten we niet dat schrijfwijzen in vroegere tijden niet vastlagen, en dat gold niet alleen voor plaatsnamen, maar ook bijvoorbeeld voor familienamen. Men schreef zo goed mogelijk wat men hoorde.
Daarenboven komen de meeste van de hierboven vermelde schrijfwijzen uit documenten die in het Frans waren opgesteld. Hoe ook gespeld, het tweede deel van de naam betekent zonder twijfel ‘beek’.
De Franken, een Germaanse stam die onze streken tussen de 5e en 10e eeuw koloniseerden, verdrongen de Keltische Galliërs (onze besnorde Oude Belgen) en brachten ook hun eigen taal mee. Een kleine doorwaadbare waterloop noemden ze ‘baki’. Dit werd later ‘beki’ en uiteindelijk ‘beke’. In het potjeslatijn van die tijd werd het verbasterd tot ‘beca’, ‘beeca, ‘becca’ of ‘becha’.
Namen van (deel)gemeenten die eindigen op -beke komen wel meer voor, alhoewel veel minder talrijk dan die met het achtervoegsel -gem (van het Germaans ‘haim’, wat woonplaats, nederzetting, hofstede betekent). De opkomst van de beeknamen zou zich vooral situeren in de bloeiperiode van het Frankische Rijk in de 9e eeuw.
Merkwaardig is wel dat plaatsnamen op -beke enkel te vinden zijn in Oost-(15) en West-Vlaanderen (13), het grondgebied van het oude graafschap Vlaanderen. In de provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant (en ook in Nederland) is het achtervoegsel steevast -beek. Over de taalgrens, in Wallonië en Frans-Vlaanderen, vindt men plaatsnamen die eindigen op -beck en -becque. In Duitstalige streken is dat -beck en –bach. In Nederland bestaat Aalbeek, in Oostenrijk Albeck, in Duitsland Albach en in Denemarken Albaek.
Over ‘aal-‘ is er minder eenduidigheid. Er bestaan talrijke gissingen, de ene al (on)geloofwaardiger dan de andere, en allemaal terug te vinden in 19e-eeuwse publicaties, dus reeds 100 à 150 jaar oud. In die tijd hadden amateur- en beroepshistorici en taalkundigen blijkbaar een bijzondere voorliefde voor dat soort opzoekingswerk. Wij besparen u een uitvoerige bronbeschrijving.
Zonderbeke
Wij vinden de origineelste uitleg die van de Waalse A.G. Chotin, daterend van 1877. Aalbeke, liggend op
De Rekkembeek vormt de grens tussen Rekkem en Aalbeke. Ze wordt volgens Pollet door de plaatselijke bevolking ook wel Palingbeek genoemd. Daar zou dus ooit paling of aal in geleefd hebben. De Rekkembeek loopt verder door het centrum van Rekkem naar de Leie.
De Blauwkasteelbeek loopt van de Doomanstraat naar de Rekkembeek.
De Schorbeek loopt van de Luingnestraat zuidwaarts richting Rollegem. Via-via voert ze een deel van het Aalbeekse oppervlaktewater naar de Schelde.
De Markebeek heeft zijn bron op enkele meters van de grens tussen Aalbeke en Marke op de Markesteert langs de vroegere Wolverijdreef. Dreef en bron zijn verdwenen onder de loodsen van Houtimport Vandecasteele. De Markebeek vormt de grens Aalbeke-Marke, loopt door het centrum van onze buurgemeente en mondt dicht bij Kortrijk uit in de Leie.
Ten slotte is er de Langemeersbeek. Die ontstaat in een meers langs de Doomanstraat, loopt in overwelving onder de school naar de Ledeganckstraat, loopt door de laaggelegen Lange Meersen en mondt op de gemeentegrens uit in de Markebeek.
Als de plaatsnaam Aalbeke verband houdt met een bestaande beek, dan moet dat de Langemeersbeek zijn, de enige die vrij dicht bij het centrum, zijnde de kerk, van de oorspronkelijke nederzetting loopt. De Langemeersbeek zou dus heel lang geleden de Aalbeek geheten hebben.
Paling in ‘t slijk
De auteurs P. Lanssens, A. Meyne en F. Van de Putte maken het zich niet moeilijk. Aal is aal, stellen zij, dus paling. Het woord is duidelijk van Germaanse afkomst.
Lanssens heeft nog een andere mogelijkheid achter de hand: ael of al geheellijk; een kerk albij of geheelbij een beek gelegen. Als u dat niet gelooft kunt u nog terecht bij J.J. de Smet die denkt dat het een samentrekking is van de naam Aline, wie dat ook moge geweest zijn.
De uitleg van J. Blancke is wat ingewikkelder: hij ziet in ael een samentrekking van adel. “Eene aalbeke zou kunnen voortijds eene scheiding geweest zijn tusschen eenen aalgrond (adelgrond) en eene vrijerve of, mogelijk ook, tusschen twee aalgronden.” Een grensbeek dus.
Ten slotte is er J. Claerhout die er rotsvast van overtuigd is dat aal steen betekent. Hij verwijst daarbij naar het Duits (ahl), het Krimgotisch (ael), het Turks (aela=rots), het Keltisch (ail) en het Iers (all=klip).
Een ruime keuze, voorwaar, maar geen enkele waterdichte argumentatie. Wij zochten nog wat bijkomende gegevens bijeen.
Het gehucht Aalbeek in Nederlands Limburg wordt aldaar uitgesproken als ‘Aolbaek’.
Men heeft er uitgevist dat de oudste schrijfwijze Oelbeek was. De naam duidt op een moerassige (oel, ool) beek die er in vroegere tijden was.
In van Dale’s woordenboek vinden wij bij het woord aalt (gier) volgende uitleg: in het Oostmiddelnederlands betekende ‘adel’ slijk. Het werd ael, aal en er kwam nog een t aan. In ons dialect spreken wij van ‘oale’. Dat onze Langemeersbeek ooit een onwelriekende afvoer van gier zou zijn geweest is onmogelijk. In de Middeleeuwen was gier en alle andere mest van mens en dier veel te onmisbaar voor de vruchtbaarheid van het akkerland om zomaar in de beek te kieperen. Maar dat de beek traagvloeiend en moerassig was met troebel water en veel slijk op de bodem zal wel kloppen. Een gedroomde biotoop voor…paling, natuurlijk. Zou het kunnen dat onze verre Germaanse voorouders zowel het slijk op de beekbodem als de vis die er zich in thuis voelde ‘aal’ noemden? Misschien was de toenmalige Langemeersbeek zo rijk aan die vreemde (zie kader) maar, o zo lekkere en voedzame slijkvissen, dat men de beek naar hen ging noemen.
Marke niet wijzer
Onze slijk- en palingbeek voert zijn water naar de Markebeek. Wat kan die naam betekenen? Er blijken twee hypotheses te bestaan. Volgens de ene is de oorsprong te vinden in het Oudgermaanse woord ‘markô’, wat zoveel betekent als ‘de moerassige’. Hé, is dat toeval? De andere verklaring houdt het bij ‘marke’ wat in het Middelnederlands grens, grensgebied beduidde. De vraag waarvan de Markebeek (en stroomopwaarts de Aalbeek?) de grens was, blijft ook voor onze buurgemeente nog onopgelost.
Kunt u nog volgen? Wij vatten even samen.
Aalbeke ontleende zijn naam aan een vroegere benaming van wat nu de Langemeersbeek heet. We vinden onvoldoende aanwijzingen om te spreken van Zonderbeek of Steenbeek. Het kan Grensbeek zijn geweest. Het meest plausibel lijkt ons dat het een moerassige Slijk-en-palingbeek was.
Hopelijk ligt er geen enkele Aalbekenaar wakker van. Veel slijk is er heden ten dage niet meer te vinden en paling al helemaal niet meer. Daarvoor moet u bij de visboer zijn of in een gespecialiseerd eethuis.
Afbeelding links : De Langemeersbeek, of Aalbeek (?) loopt tussen het voetbalveld en het Scheermolenerf. Achter de Garenwinderstraat verdwijnt ze ondergronds.
Afbeelding rechts : ‘Anguilla anguilla’ is de wetenschappelijke naam van de vis die in gans Europa voorkomt.

