Rose Cottenier
ELDERS THUIS…
Het gezin van Albert Cottenier en Victorine Vastmans telde zeven kinderen. Ik ben de oudste ervan, geboren in het oorlogsjaar 1942. Officieel heet ik Marie-Rose, maar voor iedereen is het Rose. Ik liep lagere school in Aalbeke, daarna lager middelbaar in het pensionaat in Heule. Aan die drie jaar internaat heb ik geen beste herinneringen: uniform, strenge regels, maar eens per maand naar huis (in het derde jaar werd dat gelukkig elke week). Daarna ben ik twee jaar naar Stella Maris geweest voor kinderverzorgster en nog twee jaar naar Maria’s Rustoord in Roeselare om verpleegassistente te worden. Ik vond onmiddellijk werk bij dokter Devolder in Kortrijk bij wie ik labo, radiografie en secretariaatswerk deed. Dat was een zeer aangename tijd; elk weekend was ik vrij. Maar vader Cottenier was niet zo gemakkelijk om ons te laten uitgaan: thuis tegen halfelf, behalve enkele uitzonderingen, meestal met nichten en neven. In het lager onderwijs ging ik naar de Kroonwacht. Met Vera Geeraert, Monique Santy, Monique Dutry, Rosanne Verstichel en Suzanne Vereecke waren wij altijd samen. In het middelbaar was ik lid van de V.K.S.J.
Rose en Florent voor hun huis in Plurien
In 1961 leerde ik Florent Adriaens kennen. Hij is geboren in Roubaix. Zijn ouders waren Vlamingen, afkomstig van Sint-Denijs, maar naar Frankrijk uitgeweken om er in de textiel te werken. Nadien hebben zij zich in Herseaux gevestigd. Florent volgde het lager in Herseaux en Moeskroen en daarna normaalschool aan Sint-Thomas in Brussel. Hij gaf les in Herseaux en in Mons, tot we in 1965 getrouwd zijn. Hij werd benoemd in het College van Moeskroen en werd er in 1968 secretaris.
Vincent is gehuwd met een meisje uit Moeskroen en woont in de Ardèche. Ze hebben ook twee kinderen: Jonathan (13) en Coralie (10). Aino is gehuwd met een Zwitser. Zij wonen in Zwitserland en hebben twee zonen: Gaël (7) en Antoine (5).
De kinderen aanvaardden onze beslissing goed, aangezien ze zelf reeds naar het buitenland uitgeweken waren. Nu komen ze hier graag op vakantie.
De ‘plateau de fruits de mer’ ( zeevruchtenschotel) is een van dé streekspecialiteiten. Als je er een bestelt, ben je voor een paar uur bezig. Er zijn hier crêperies bij de vleet, waar je Bretoense ‘ galettes’ (pannenkoeken) kan proeven, op alle mogelijke wijzen bereid. Men drinkt daarbij een ‘bolée de cidre’ ( appelwijn) of een ‘calva’ (appelbrandewijn). Er wordt hier geen Bretoens meer gesproken. Ouderen kennen nog een beetje Gallo. Dat is een Frans dialect dat moeilijk te verstaan is. Het weer is hier ongeveer zoals in België, met dien verstande dat het gemiddeld zo’n 4° warmer is. Sedert jaren geen vorst en sneeuw gezien.
Wees gerust, we vervelen ons niet. De maandag gaan we op stap met de wandelclub, de woensdag ga ik naar de patchworkclub en ’s avonds is er dan ook aquagym. De vrijdagnamiddag volg ik regelmatig computerles. Florent leest veel,’ poendert’ graag buiten en houdt de zaterdagnamiddag de plaatselijke bibliotheek open. We hebben een grote tuin te onderhouden. Zonder iemand die ons enkele uren per week daarbij komt helpen, zou het niet te doen zijn. Er zijn soms dagen dat ik wat heimwee heb naar Aalbeke, maar terugkeren is zeker uitgesloten. Aalbeke is zeer veel veranderd sedert ons vertrek. De jonge generatie kennen we niet meer. Dat is de gang van het leven: vader en moeder zijn er niet meer, broers en zussen hebben elk hun eigen leven met kinderen en kleinkinderen.
Mocht je ooit in de buurt zijn, maak dan een ommetje tot bij Florent le Belge. Je bent altijd welkom. Om met een woordspeling van Florent te besluiten : Après-ça: Plurien! Tot ziens, in het Bretoens: ‘kenavo’.
Het plaatsje Plurien ligt op het Bretoense schiereiland

