Rose Cottenier

ELDERS THUIS…

Er was ooit een tijd dat de meeste mensen weinig of nooit uit hun geboortedorp kwamen. Dat is generaties geleden. De wereld rond reizen is vandaag een fluitje van een cent. Maar is zich definitief ver van huis vestigen wel zo vanzelfsprekend? ’t Aaltje stelde de vraag aan dorpsgenoten die in het buitenland wonen. Bretagne, Ardèche, Monaco, Honk-Kong, Zwitserland… het gezin Adriaens-Cottenier weet ervan mee te spreken.
ROSE COTTENIER IN BRETAGNE


Het gezin van Albert Cottenier en Victorine Vastmans telde zeven kinderen. Ik ben de oudste ervan, geboren in het oorlogsjaar 1942. Officieel heet ik Marie-Rose, maar voor iedereen is het Rose. Ik liep lagere  school in Aalbeke, daarna lager middelbaar in het pensionaat in Heule. Aan die drie jaar internaat heb ik geen beste herinneringen: uniform, strenge regels, maar eens per maand naar huis (in het derde jaar werd dat gelukkig elke week). Daarna ben ik twee jaar naar Stella Maris geweest voor kinderverzorgster en nog twee jaar naar Maria’s Rustoord in Roeselare om  verpleegassistente te worden. Ik vond onmiddellijk werk bij dokter Devolder in Kortrijk bij wie ik labo, radiografie en secretariaatswerk deed. Dat was een zeer aangename tijd; elk weekend was ik vrij. Maar vader Cottenier was niet zo gemakkelijk om ons te laten uitgaan: thuis tegen halfelf, behalve enkele uitzonderingen, meestal met nichten en neven. In het lager onderwijs ging ik naar de Kroonwacht. Met Vera Geeraert, Monique Santy, Monique Dutry, Rosanne Verstichel en Suzanne Vereecke waren wij altijd samen. In het middelbaar was ik lid van de V.K.S.J.

Rose Cottenier

  Rose en Florent voor hun huis in Plurien


In 1961 leerde ik Florent Adriaens kennen. Hij is geboren in Roubaix. Zijn ouders waren Vlamingen, afkomstig van Sint-Denijs, maar naar Frankrijk uitgeweken om er in de textiel te werken. Nadien hebben zij zich in Herseaux gevestigd. Florent volgde het lager in Herseaux en Moeskroen en daarna normaalschool aan Sint-Thomas in Brussel. Hij gaf les in Herseaux en in Mons, tot we in 1965 getrouwd zijn. Hij werd benoemd in het College van Moeskroen en werd er in 1968 secretaris.
 Als men in die tijd in een katholieke instelling werkte, moest men stoppen als men in verwachting was. De dokter liet mij toe verder te werken tot enkele weken voor de bevalling. Onze dochter kwam er vroeger dan verwacht want de dag waarop ze ’s avonds geboren werd, werkte ik nog tot in de namiddag. Wij kregen drie kinderen.. Ik stopte met buitenhuis werken en wij begonnen een verzekeringskantoor. Om te voldoen aan de vestigingswet volgde ik vier jaar lang, een dag per week cursussen aan het Vormingsinstituut in Kortrijk. Onze kinderen hebben alle drie hun geboorteland verlaten. Saskia is eerst vertrokken naar Monaco, waar ze acht jaar gewoond heeft. Ze leerde er een Schot kennen waarmee ze gehuwd is. Sedert drie jaar wonen ze nu in Hong-Kong. Sophie (6) en Paloma (2) zijn hun dochtertjes.
Vincent is gehuwd met een meisje uit Moeskroen en woont in de Ardèche. Ze hebben ook twee kinderen: Jonathan (13) en Coralie (10). Aino is gehuwd met een Zwitser. Zij wonen in Zwitserland en hebben twee zonen: Gaël (7) en Antoine (5).
Waarom zijn wij naar Bretagne komen wonen? We zijn hier voor de eerste keer beland in 1968 op vakantie. We zijn er elk jaar terug gekomen. In 1973 hebben we een eigen vakantiehuisje laten bouwen. We noemden het ‘Après-ça’. Toen Florent aan  58 jaar met  pensioen ging, besloten we ons hier definitief te vestigen. We lieten ons vakantiehuisje verbouwen en vergroten en verkochten ons huis in de Kapelhoekstraat. In november 1994 zijn we met hebben en houden definitief in Plurien beland. Dat was voor mij een heel grote stap. Voor Florent was het zijn droom. Hij had zich in Aalbeke nooit goed aanvaard gevoeld. Gelukkig hadden we hier in de streek op 24 jaar al veel vrienden gemaakt. Maar soms denk ik nog dat het beter is hier op vakantie te komen dan er te wonen. Bretoenen zijn hard. Als je aanvaard bent is alles o.k.,  maar moei je vooral niet met hun zaken. Ze zullen je snel laten verstaan dat je maar een ‘pièce rapportée’ bent, de niet al te vriendelijke Franse uitdrukking voor ‘aangetrouwde familie’.
De kinderen aanvaardden onze beslissing goed, aangezien ze zelf reeds naar het buitenland uitgeweken waren. Nu komen ze hier graag op vakantie.
Plurien situeert zich aan de noordoostkust van het Bretoense schiereiland tussen de grotere steden St-Malo  en  St-Brieuc. De streek is echt mooi. Op 2  km ligt het zeer bekende grote strand van Sable d’or les pins, nog in zijn natuurlijke staat bewaard, zonder ‘betonblokken’. Op 3 km ligt Cap Fréhel, een alom bekend natuurreservaat. Zelfs ’s winters is er in de weekends veel volk. Ons dorp Plurien telt 1300 inwoners. Er is veel landbouw, varkensteelt (wel een probleem voor de natuur) en dan vooral de vis- en schelpdierenvangst. Het is de streek van de ‘coquilles St-Jacques’. Ook de ‘moules de bouchot’ zijn niet te versmaden. 
De ‘plateau de fruits de mer’ ( zeevruchtenschotel) is een van dé streekspecialiteiten. Als je er een bestelt, ben je voor een paar uur bezig. Er zijn hier crêperies bij de vleet, waar je Bretoense ‘ galettes’ (pannenkoeken) kan proeven, op alle mogelijke wijzen bereid. Men drinkt daarbij een ‘bolée de cidre’ ( appelwijn) of  een ‘calva’ (appelbrandewijn). Er wordt hier geen Bretoens meer gesproken. Ouderen kennen nog een beetje Gallo. Dat is een Frans dialect dat moeilijk te verstaan is.  Het weer is hier ongeveer zoals in België, met dien verstande dat het gemiddeld zo’n 4° warmer is. Sedert jaren geen vorst en sneeuw gezien. Ik tracht ieder jaar nog eens naar België te komen. Toen mijn vader nog leefde, kwam hijzelf zeker ieder jaar met een van de broers of zussen. Laatst ben ik in Aalbeke geweest in februari, meegereisd met vrienden uit Antwerpen. Anders kom ik met de trein of met de auto. Dat is 620 km rijden. Florent heeft problemen met zijn gezondheid en is hier moeilijk weg te krijgen.
Wees gerust, we vervelen ons niet. De maandag gaan we op stap met de wandelclub, de woensdag ga ik naar de patchworkclub en ’s avonds is er dan ook aquagym. De vrijdagnamiddag volg ik regelmatig computerles. Florent leest veel,’ poendert’ graag buiten en houdt de zaterdagnamiddag de plaatselijke bibliotheek open. We hebben een grote tuin te onderhouden. Zonder iemand die ons enkele uren per week daarbij komt helpen, zou het niet te doen zijn. Er zijn soms dagen dat ik wat heimwee heb naar Aalbeke, maar terugkeren is zeker uitgesloten. Aalbeke is zeer veel veranderd sedert ons vertrek. De jonge generatie kennen we niet meer. Dat is de gang van het leven: vader en moeder zijn er niet meer, broers en zussen hebben elk hun eigen leven met kinderen en kleinkinderen.
Ziezo, ik denk dat het voornaamste verteld is. Aan de lezers van ’t Aaltje stuur ik vele groeten.
Mocht je ooit in de buurt zijn, maak dan een ommetje tot bij Florent le Belge. Je  bent altijd welkom. Om met een woordspeling van Florent te besluiten : Après-ça: Plurien! Tot ziens, in het Bretoens: ‘kenavo’.

Het plaatsje Plurien ligt op het Bretoense schiereiland

Rose Cottenier 2
  • Delen