Roos Mercier

ELDERS THUIS…

Er was ooit een tijd dat de meeste mensen nagenoeg niet uit hun geboortedorp kwamen. Wie het geluk in het buitenland ging zoeken, maakte veel kans familie en geboortegrond nooit meer terug te zien. Dat is generaties geleden. De wereld rond reizen is vandaag de dag een fluitje van een cent. Maar is zich elders thuis voelen wel zo evident? ’t Aaltje stelde de vraag aan dorpsgenoten die in het buitenland wonen. Sommigen al heel lang, zoals in volgend levensverhaal. Je denkt erbij spontaan aan het kinderliedje: “In Holland staat een huis, ja, ja…”.

ROOS MERCIER IN NEDERLAND


Ik vind het hartstikke fijn dat ik mij in ’t Aaltje mag voorstellen als uitgeweken Aalbeekse. Ik ben Roos Mercier. Deze zomer word ik 54. Eind dit jaar zal het welgeteld 34 jaar geleden zijn dat ik Aalbeke ruilde voor Nederland, meer bepaald de provincie Noord-Holland in het noordwesten. Mijn ouders Daniël Mercier en Cecilia Vermeulen waren (tot 1990) de uitbaters van de Lindehoeve, bezijden de huidige Moeskroensesteenweg. Na de lagere school in Aalbeke, volgde ik middelbaar onderwijs in het Ten Broele Instituut in Kortrijk. Daarna ben ik begonnen in Brugge voor laborante, maar ermee gestopt. Ik werkte een tijdje in het Montfort Instituut in Herseaux als verzorgster-opvoedster. In de zomer van 1973 gebeurde er wat aan mijn verdere leven zijn draai zou geven. Samen met mijn nicht Nicole Demuynck ging ik op vakantie naar Luxemburg op uitnodiging van nonkel pater Silveer Vermeulen. Ik ontmoette er een Hollander met de typische naam Jan Piersma, afkomstig uit Oudorp bij Alkmaar. Anderhalf jaar later huwden we in Aalbeke en ik volgde mijn echtgenoot naar zijn geboortestreek. In de jaren ’70 was er in Nederland nog een groot woningtekort; alternatieve woonvormen waren ‘in’. Wij woonden het eerste jaar in een woonwagen! Jan werkte bij de post en ik kon aan de slag als huishoudelijke hulp in het politiekantoor van Alkmaar. Er kon dus gespaard worden en in 1976 konden wij een huis kopen in St.-Pancras, ook in de buurt van Alkmaar. Wij woonden daar zes jaar. Ik wilde graag kinderen en kreeg er drie op een rij: Elke (1978), Wouter (1979) en Sibbele (Friese jongensnaam - 1980). Het was toen in Nederland niet gebruikelijk om te blijven werken na de geboorte van een kind. Kinderopvang, zoals in België, bestond hier niet eens. Met drie opeenvolgende kindjes had ik ook wel de handen vol. Toen  de jongste vier jaar werd, ben ik opnieuw aan het werk gegaan, deeltijds als postbesteller, in hetzelfde postkantoor waar ook Jan werkte. In 1984 betrokken wij ons huidig huis, hier in Eenigenburg.Eenigenburg, met amper 180 inwoners, is een van de veertien kernen van de gemeente Harenkarspel (circa 16 000 inwoners). Op de kaart vind je het zo’n 60 km ten noordwesten van Amsterdam, tussen de steden Alkmaar en Schagen. Veel voorzieningen zijn er hier niet: een kerkje (Nederlands Hervormde Kerk), welgeteld één café, een klein plaatselijk museum en de blootgelegde overblijfselen van de middeleeuwse burcht Nuwendoorn, uit de tijd dat de graaf van Holland hier de West-Friezen kwam onderwerpen. Mijn huis staat aan de burchtweg, dezelfde straat als waar de restanten van Nuwendoorn  liggen. Voor inkopen en andere diensten zijn wij aangewezen op Schagen of op het grotere Alkmaar, vergelijkbaar met Kortrijk.
Eenigenburg ligt op amper vijf km van de Noordzeekust, midden in de vlakke, vruchtbare polders, door dijken beschut tegen overstromingen.De streektaal hier is het West-Friese dialect, niet zo makkelijk om het onder de knie te krijgen. Natuurlijk gebeurde de communicatie in het begin in wat men toen nog Algemeen Beschaafd Nederlands noemde. Geleidelijk is het plaatselijk dialect wel ingesijpeld. Mijn kinderen kennen wel enkele grappige West-Vlaamse uitdrukkingen, zoals : “Tè nie woar, hé” en “Tè kod, hé”. De Nederlanders beweren dat mijn Vlaamse afkomst niet meer te horen is aan mijn taal, maar bespeuren wel het vleugje West-Fries. Als ik in Aalbeke kom, schakel ik over op het West-Vlaams, alhoewel dat soms niet helemaal meer lukt.Alles bij elkaar ben ik hier snel en volledig ingeburgerd, hoewel er mij in het begin wel wat verschillen tussen beide buurlanden opvielen, die nog steeds bestaan. De Nederlanders zijn van nature erg nieuwsgierig, dus maken zij ook snel contact, gewoon omdat ze alles van je willen weten. Buren gaan hier dan ook heel vlot met elkaar om. Ze praten vaak over geld en hoeveel alles kost. Ze zijn inderdaad zuinig. Ze zijn heel sportief: iedereen, jong en oud, is wel lid van een sportvereniging. Het eten was in het begin wel wennen. Als ze hier vragen wat je wilt eten, bedoelen ze welke groente, het vlees wordt daarbij aangepast. In België bedoelt men welk vlees je wilt eten en dan wordt de groente erbij aangepast. Soep en brood is hier ook een maaltijd. Koffie drinken is dan wel heel belangrijk, altijd met koek erbij. Familiebijeenkomsten in België werden door ons gezin altijd erg gewaardeerd, vooral omwille van het culinaire, wat hier bij ons nog altijd niet erg ontwikkeld is.In 1999 zijn we begonnen ons huis van maart tot oktober te verhuren als vakantiewoning. Het bleek meteen een succes, mede door het feit dat het een huis is voor 12 personen, wat hier in de streek bijna niet te vinden is. Gasten huren het hele huis en verzorgen alles zelf. Wij zorgen ervoor dat het huis netjes is, dat alle apparaten werken, dat het gras gemaaid is, enz. Het is ideaal voor gezinnen met kinderen. De omgeving is rustig, landelijk met dichtbij zee, strand en duinen, bos en heide en interessante steden. Bij de formaliteiten om als vakantiehuis te starten moesten we een naam opgeven. ‘Piersma’ leek niet erg origineel. Met een knipoog naar mijn familienaam is het ‘Huis Merci’ geworden. Klinkt heel internationaal. We mochten trouwens naast Nederlanders, veel Duitsers, ook al Bulgaren, Slovenen, Amerikanen, Australiërs, Spanjaarden, Fransen…en Belgen ontvangen.
De tijd die ik nog vrij heb, naast de verhuuractiviteit, gaat vooral naar mijn ‘klavertje vier’, mijn kleindochters Annebel, Rosalie, Sanne en Anastacia (tussen 5 jaar en negen maanden).
Ik zing mee in een koor, werk mee aan de uitbouw van ons klein heemkundig museum, en rij als vrijwilliger op een buurtbus.
Buiten het verhuurseizoen reis ik graag: Vietnam, Maleisië, en dit jaar Laos en Cambodja.Ongeveer om de paar maand ga ik in Aalbeke mijn ma bezoeken die in de Bergstraat op de Markesteert woont. Daar blader ik geregeld in de dorpskrant, zodat ’t Aaltje mij wel vertrouwd is. Vroeger reden we met de wagen soms op één dag heen en terug. Met het toegenomen verkeer is dat nu bijna niet meer te doen. In Aalbeke vind ik nog best mijn weg, ook al zijn veel oude huizen vervangen door nieuwe en komen er de laatste tijd meer en meer appartementsgebouwen bij. Vergeleken met het platte, kleine Eenigenburg is Aalbeke groot en heuvelachtig.Ik heb in Aalbeke nog goede herinneringen aan de lagere school, de gemoedelijke juffrouw Emilienne Libeer (die ik soms nog eens tegenkom), en de vriendinnen van toen, zoals Martine Leman, Lieve Defossez, Francine Coghe, Claudine Degrande, Charlotte Cosaert.en Marie-Christine Vermeulen. Ik was lid van de Chiro en denk nog graag terug aan de zomerkampen. Nelly Leman was hoofdleidster.
Voor mij is de grootste verandering in Aalbeke de verdwenen plek waar ik mijn ganse jeugd heb doorgebracht: de hofstede met de boomgaard, het klein stukje bos op de helling naar de Lampestraat, de vermolmde lindeboom op de wegsplitsing, waar veel familiekiekjes gemaakt zijn: het zijn alleen maar herinneringen meer. Alles moest immers wijken voor de uitbreiding van de firma Vandecasteele.
Heimwee naar Aalbeke heb ik zeker niet. Geen haar op mijn hoofd denkt eraan er ooit nog terug te gaan wonen. Ik wil nooit meer weg uit Eenigenburg.
Om het in het West-Fries te zeggen:”’k Dink nog oftig an Aalbeke, maer moin hart en moin thùs binne hiero in Ienigenburg.” Allerhartelijkste groeten!
Wie eens wil contact nemen of in West-Friesland op vakantie wil komen kan mij bereiken op dit adres: Burchtweg 3, (1744 JE) Eenigenburg, Noord-Holland, NL tel.: 00-31226393514 of op mailadres: roosmercier@hotmail.com.

Foto : Roos Mercier in de tuin van het vakantiehuis 'Merci'

Kaartje : Eenigenburg ligt halverwege het Noord-Hollandse schiereiland

Roos Mercier
  • Delen