Mieke Haegeman
ELDERS THUIS…
’t Aaltje stelde de vraag aan dorpsgenoten die reeds jaren in het buitenland wonen. In de volgende nummers van de dorpskrant doet telkens zo iemand zijn verhaal. We starten in het koele noorden met:
Ik ben Mieke Haegeman, 42 jaar. Met mijn man Peter Van den Bossche en mijn zoontjes Flores (9 jaar) en Jasper (6 jaar) woon ik in het zuidwesten van Zweden. Hölviken is een klein dorp aan de kust, op een schiereiland dat op de landkaart terug te vinden is als Höllviksnäs, de ‘neus’ van Höllviken. Het ligt op een 20 km ten zuiden van de vrij grote stad Malmö. Die heeft een verbinding, deels brug, deels tunnel, met de Deense hoofdstad Kopenhagen.Wij zijn in 2001 naar Zweden komen wonen omwille van het werk van Peter. Hij is technisch en commercieel directeur voor Scandinavië van het Antwerps bagger- en milieubedrijf Deme. Hij is vaak op reis voor prospectie en opvolgen van projecten. Na meer dan 5 jaar begin ik mij al een beetje geïntegreerd te voelen. In het begin was het moeilijk: je verstaat de taal niet, kent geen mensen en hebt buiten je gezin niets om handen. Je mist familie en vrienden en de vroegere collega’s. Ik had met spijt mijn job bij het Federaal Voedselagentschap opgegeven. Nu spreek ik al een aardig mondje Zweeds, mijn zoontjes die hier school lopen vanzelfsprekend ook. Onder elkaar blijven wij Vlaams spreken. Ik heb hier al wat kennissen: ouders van vriendjes van de kinderen en de leden van ‘Nederlund’, een groep Nederlandssprekenden. En ik heb een driekwartjob als desk manager (zeg maar kantoorwerk) bij het bedrijf van Peter. Het kantoor is niet zo ver van onze woning.In mijn vrije tijd knutsel en kook ik graag. Liever nog maak ik lange wandelingen in de natuur, ga zwemmen, joggen, langlaufen of varen op een meer of voor de kust. Het einde vind ik een spannend boek lezen, in de Zweedse stilte en de Zweedse zon, op een platte granieten steen, met uitzicht op de Skeren-kust.Ik mis hier niets bijzonder van Aalbeke, maar wel van België in het algemeen: dagelijks vers brood, kaas, een echte beenhouwerij, een lekker pak friet, chocolade en pralines, een goed biertje (voor Peter), de Belgische restaurants. De Zweden hebben weinig eetcultuur. Ze konden hier vroeger geen fruit en groenten kweken, wegens te koud. Ze hadden alleen maar rapen en knollen, bosbessen en vis. Veel wordt nu ingevoerd. Alcohol kan hier niet vrij gekocht worden, je moet ervoor naar speciale, dure staatswinkels.Tot 1991 woonde ik bij mijn ouders in de Bergstraat op de Markesteert. Ik liep lagere school in Aalbeke en was in de Chiro. Ik denk graag terug aan het samen spelen met mijn zussen en de buurkinderen tijdens de lange zomervakantie en aan de vele leuke momenten met de familie in het ouderlijk huis van mijn moeder in de Kobbestraat.Een paar keer per jaar kom ik naar Aalbeke, of liever de Markesteert, om mijn ouders en familie te zien, meestal met het vliegtuig van Kopenhagen naar Brussel of soms ook met het ganse gezin met de wagen, een goede 1000 km.Veel lijkt Aalbeke intussen niet veranderd. Ik vind het nog meer dan vroeger grijs, volgebouwd en ongezellig. Ik zou er nooit willen terug komen wonen. Zweden is qua ruimte en natuur een fantastisch land, vooral tijdens de weliswaar korte zomers en de ‘echte’ winters. Maar voor de sociale gezelligheid, het eten, het onderwijs en de gezondheidszorg ben je toch beter af in België. Daarom niet perse in Aalbeke.Med vänliga hälsningar till alla bekanta, vänner och familjen från Aalbeke, utifrån det vackra landet Sverige (met vriendelijke groeten aan alle bekenden, vrienden en familie uit Aalbeke, vanuit het mooie land Zweden).
Foto : Mieke, Peter, Flores en Jasper: thuis in Zweden.
Kaartje : Het schiereiland de ‘neus’ van Höllviken

